Voorbeelden van het gebruik van Uitmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het oordeel kennisbenutting zal 20% uitmaken van het totaaloordeel.
hulpcomponenten die deel uitmaken van aegiloc;
Dat het niet zou uitmaken.
Het zal niets uitmaken.
Als ik het alleen was, zou het me niets uitmaken.
Dat mag je zelf uitmaken, vriend.
Enkel indien uitdrukkelijk anders wordt bedongen, zal de verstrekte informatie een aanbod uitmaken.
De overige percelen kunnen vervallen of het voorwerp uitmaken van een nieuwe procedure.
Het zou niet uitmaken.
Je kan het niet gewoon met me uitmaken.
De Balkan zal deel uitmaken van een verenigd Europa.
Dat zou mijn vrouw niks uitmaken.
Het zou ons allemaal moeten uitmaken.
Maar hier zien we wat een verschil een degelijke leiding kan uitmaken.
Het zou moeten uitmaken.
Je mag het niet met me uitmaken.
Dat zal haar niet uitmaken.
Dus wat zou het uitmaken, dachten we.
Hoe kun je het zomaar uitmaken?
Eèn dag langer zal niet zo veel uitmaken.