Voorbeelden van het gebruik van Weken weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je zou weken weg zijn, maanden.
Ze zijn drie weken weg en niemand heeft ze gezien.
Het vooruitzicht dat mijn lichaamshaar weken weg zou blijven, is natuurlijk geweldig.
Je was weken weg.
Hij is wel vaker weken weg.
Hij kan al weken weg zijn.
Hij is al weken weg.
Dan ben je weken weg.
Het is met twee weken weg.
Je moeder blijft nog twee weken weg.
Hij is al weken weg.
Hij is al weken weg.
Toen Lizzy tien was, was haar moeder soms weken weg.
Ik wil al weken weg.
Hij is al weken weg.
Je duwt me al weken weg.
Kapitein. Blazes Boylan, ik was maar zes weken weg maar je ziet er zes jaar jonger uit.
Kapitein. Blazes Boylan, ik was maar zes weken weg maar je ziet er zes jaar jonger uit.
Zes weken weg van de kinderen, opa,
Zes weken weg van de kinderen, opa,