Voorbeelden van het gebruik van Ze praatte in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze praatte tegen iemand.
Als ze praatte of zat, ging.
Ze praatte er al de hele dag over.
Dat klopt, want ze praatte eerst met mij.
Maar ze praatte wel?
Ze praatte met een man.
Ze praatte met één of andere kerel.
Ze praatte met die mannen daar.
Ze praatte met haar kankercellen, en vroeg
Ze praatte eerder al, ik heb haar gehoord.
Maar ze praatte daarover.
Ze praatte met haar kamergenote.
Ze praatte met God over de pijn die ze wegnam.
En ze praatte een beetje.
Ze praatte met iemand. En ze hing niet op.
Ze praatte tegen je.
Ze praatte aan de telefoon… de dokter.
Ze praatte veel over het levensverzekeringsgeld.
Ze praatte heel veel met hem.
Ze praatte met Zina.
