Voorbeelden van het gebruik van Zegen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Onwetendheid hier is een zegen voor de waarachtige gelovigen.
Uw zegen was prachtig.
Je moeder's zegen zijn met u.
Zegen u. Ga nu.
Ik gaf mijn zegen aan Fergus en Marsali. Ik.
Ik bleef zegen dat ze buiten waren.
Een zegen voor liefhebbers van de motorsport weg!
Onwetendheid is een zegen, maar je zult spijt krijgen.
Ga je vanavond de zegen geven, Vader?
De drums zegen dat we er stroomafwaarts nooit door komen.
Gods zegen, Pat.
Vrede en zegen zijn met u.
Hij wil je zegen voordat hij sterft.
Maar Ned, nee zegen is*jouw* ding.
Ik wou even zegen dat ik dat ook wil.
Bloedzuigers zijn een zegen voor de mensheid.
Alleen mijn zegen kan jullie redden.
Ik zou zegen van niet, aangezien u zelf onguur bent.
Je hebt de zegen van Ivan.- Bill.
Gods zegen, rechercheur Corcoran.