Voorbeelden van het gebruik van Zei dit in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Les, je zei dit jaar.
Christus zei dit.
En nu zoals je zei dit is mijn familie.
De kapitein zei dit op lossen toon
Ik zei Dit is voor de leidinggevende.
Ik zei Dit is mooi
Goed ontvangen(een beetje lang zei dit!).
Christus zei dit als een bevel.
Ik zei dit met het diepste respect.
Hij zei dit, toen we vorige week eindigden….
Petrus zei dit omdat hij Jezus liefhad;
Wie zei dit?
Mijn vader zei dit voor de bruid.
Huck zei dit echt?
Ik zei dit namens haar.
Wie zei dit?
Ik zei dit al eerder.
Hij zei dit op een minder verwijfde manier.
Marco zei dit vanaf het begin.
Hij kon moeilijk praten maar hij zei dit'Win deze voor mij.