Voorbeelden van het gebruik van Zijn benoeming in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben tegen zijn benoeming.
Op 6 februari 1760 volgde zijn benoeming tot luitenant-generaal.
Ik schaam me voor zijn benoeming.
Zelfs mijn oom kon zijn benoeming niet blokkeren.
Aldus het zonmirakel en zijn benoeming van Hemel.
Gauss had geweten Weber sinds 1828 en steunde zijn benoeming.
Ik schaam me voor zijn benoeming.
Ik schaam me voor zijn benoeming.
Zijn benoeming geldt voor een periode van vier jaar.
In juli 1962 volgt zijn benoeming in Kabanjahe.
Wacht ik tot na zijn benoeming?
Voor zijn benoeming tot directielid van de PRUFTECHNIK-Groep was Dr.
Ik heb dus gestemd tegen zijn benoeming tot voorzitter van de Commissie.
Twee jaar later volgde zijn benoeming tot eerste rector magnificus.
Hij bleef aan tot zijn benoeming tot minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting.
In april 1998 volgde zijn benoeming tot burgemeester van de Noord-Hollandse gemeente Beemster.
Zijn benoeming werd gedwarsboomd door kardinaal Mazarin.
In 1911 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Wassenaar.
In februari 1977 volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van San Salvador.
Op 30 mei 1986 volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van Newark.