Voorbeelden van het gebruik van Bijdehand in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij is te bijdehand.
Die niet bijdehand.
Nad, nog steeds bijdehand.
Wordt niet bijdehand.
ik bedoel het niet belerend of bijdehand.
Nee, daarvóór. Bijdehand creditpoesje.
Luister, bijdehand.
Die meid wordt te bijdehand.
Ben je altijd zo bijdehand?
Hij was heel bijdehand, heel energiek…
Niemand houdt van een bijdehandje.
Dat weet ik wel, bijdehandje.
Je bent een bijdehandje.
Ze worden ook weleens"De bijdehandjes" genoemd.
Russel hier is wel een bijdehandje… maar hij is in orde en je kunt hem vertrouwen.
Nou, bijdehandje, het was niet tof van je om te verdwijnen.
Ik ben niet bijdehand.
Gromit, bijdehand mormel!
Niet zo bijdehand.
Ga je bijdehand doen?