Voorbeelden van het gebruik van Bonnetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En ik heb het bonnetje van m'n etentje met Nokolulu N'gouhou.
De Teevendeal, het bonnetje en de politieke prijs voor leugens.
Deze gozer heeft een bonnetje van een kaartje voor een Michael Damian concert.
Ze overhandigt het bonnetje.
Ik heb een bonnetje.
Heb je een bonnetje?
Niet zonder bonnetje.
Mijn bonnetje.
Krijg ik geen bonnetje?
Nooit gedacht dat we 'n bonnetje nodig zouden hebben.
Er zit een slot op de deur en ik heb geen bonnetje.
Hij had geen bonnetje.
Ik kan dat bonnetje niet vinden.
En bovendien is ze in 't bonnetje gestikt!
Haar man vond het bonnetje van de minibar.
Waar is het bonnetje?
Pushkov had 'n bonnetje van 275 dollar bij zich voor kort parkeren op JFK.
En dat ze een bonnetje van dat kostuum in je jas vonden op naam van je-weet-wel.
Het bonnetje geeft aan dat ze betaald heeft voor twee kleine koffies, ze kreeg twee grote.
En ik heb het bonnetje bewaard, zodat jullie me kunnen vergoeden