BONNETJE - vertaling in Duits

Quittung
bonnetje
bon
kwitantie
ontvangstbewijs
kassabon
rekening
reçu
ontvangst
betalingsbewijs
reçuutje
Rechnung
rekening
factuur
wetsvoorstel
bonnetje
bon
Beleg
bewijs
bon
ontvangstbewijs
reçu
kwitantie
staving
document
bewijsstuk
kassabon
pandbewijs
Kassenzettel
bonnetje
bon
kassabon
Ticket
kaartje
vliegticket
bonnetje
kaartje voor
bekeuring
vliegtuigticket
Bon
bonnetje
kassabon
afhaalbewijs
Abholschein
uitslagbewijs
bon
bonnetje
kaartje
reçuutje
ticket
bewijs
Kassenbeleg
Kassenbon
kassabon
garantiebewijs
bon
bonnetje
kwitantie

Voorbeelden van het gebruik van Bonnetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Er zat een bonnetje tussen Maribels spullen. -Waarom?
Warum? Es war eine Rechnung in Maribels Habseligkeiten?
Mijn boodschappenlijst, het bonnetje van de schoenmaker.
Meine Einkaufsliste, den Abholschein für den Schuster.
O ja, hier is mijn bonnetje.
Oh ja, hier ist mein Ticket.
Heb je een bonnetje?
Haben Sie den Kassenzettel?
Ik heb het bonnetje.
Ich hab die Quittung.
Dit bonnetje is nog maar twee dagen oud.
Dieser Beleg ist zwei Tage alt.
Dat is een bonnetje van een supermarkt.
Das ist ein Kassenbon von einem Supermarkt.
Hier. Het bonnetje zit in de doos.
Hier. Die Rechnung ist drin.
Mijn bonnetje.
Mein Ticket!
Ik heb hier een bonnetje.
Ich habe hier eine Quittung.
Lk vond een bonnetje voor make-up.
Wir haben einen Kassenzettel für Make-up gefunden.
Heb je een bonnetje?
Haben Sie einen Kassenbeleg?
Ik schrijf even een bonnetje.
Ich schreibe Ihnen kurz einen Abholschein.
Ik verwacht een bonnetje in de brievenbus.
Ich erwarte den Beleg im Briefkasten.
Op het bonnetje van Brayden van Alla Famiglia staat 21 uur.
Die Rechnung, die Brayden uns vom Alla Famiglia gab, ist von 21 Uhr.
Ik ben m'n bonnetje kwijt.
Ich hab wohl mein Ticket verloren.
U krijgt een bonnetje.
Sie kriegen eine Quittung.
Heb je het bonnetje nog?
Sie haben doch noch den Kassenzettel?
Ik vond een bonnetje in de auto.
Ich habe einen Beleg im Auto gefunden.
Zo gauw ik het bonnetje vind, breng ik die kip terug.
Sobald ich die Rechnung finde, trage ich das Huhn zurück.
Uitslagen: 250, Tijd: 0.0605

Bonnetje in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits