Voorbeelden van het gebruik van Bonnetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Er zat een bonnetje tussen Maribels spullen. -Waarom?
Mijn boodschappenlijst, het bonnetje van de schoenmaker.
O ja, hier is mijn bonnetje.
Heb je een bonnetje?
Ik heb het bonnetje.
Dit bonnetje is nog maar twee dagen oud.
Dat is een bonnetje van een supermarkt.
Hier. Het bonnetje zit in de doos.
Mijn bonnetje.
Ik heb hier een bonnetje.
Lk vond een bonnetje voor make-up.
Heb je een bonnetje?
Ik schrijf even een bonnetje.
Ik verwacht een bonnetje in de brievenbus.
Op het bonnetje van Brayden van Alla Famiglia staat 21 uur.
Ik ben m'n bonnetje kwijt.
U krijgt een bonnetje.
Heb je het bonnetje nog?
Ik vond een bonnetje in de auto.
Zo gauw ik het bonnetje vind, breng ik die kip terug.