Voorbeelden van het gebruik van De buren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De buren hebben gebeld.
De buren vonden je in de berm naast de tractor.
We moeten wel de buren geen peepshow geven.
Ze laat de baby bij de buren achter als ze moet werken.
Bij de buren.
Met dat in gedachte zal ik de buren vertellen hoe inzichtelijk jij bent.
De buren waren met vakantie.
De buren zagen vlak na de verdwijning een loodgietersbusje staan.
We hadden barbecues met de buren. Het was een droom die uitkwam.
De buren weten dat jij me onderhoudt omdat ik geen werk kan krijgen?
Kunnen de buren niet even oppassen?
De buren belde 112 rond 20:40 uur.
De buren kwamen op het gegil van Dana af?
Hij is… bij de buren, spelen met Charlie.
De buren klagen erover.
Ik moest de buren wijsmaken dat ze burgemeester was!
Heel fijn, de buren zijn woedend.
De buren lieten hem binnen.