Voorbeelden van het gebruik van Dit ben in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dit ben jij en dat is je doelwit.
En dit ben ik nu.
Dit ben jij toch, hè,?
Dit ben jij met de president.
Dit ben jij, nietwaar?
Dit ben jij en Riggs op de bruiloft.
Dit ben jij niet, Carlos.
Dit ben jij niet, Peter.
En dit ben ik die naar bed gaat.
Dit ben jij niet, Thea.
Nee, dit ben jij niet.
En dit ben ik op mijn eerste dag op de vliegschool.
Juliette, dit ben jij niet.
Ja, maar dit ben jij niet.
Dit ben jij niet.
Dat ik dit ben, dat dit alles is wat er is. .
Dit ben jij.
Dit ben jij die in mij gaat.
Taylor, dit ben jij niet.
Dok, dit ben jij niet, je moet terug vechten.