Voorbeelden van het gebruik van Dochtertje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mijn dochtertje is net zo oud als jij.
M'n dochtertje is een jaar ouder
Z'n dochtertje is bij Jeugdzaken.
We hadden een dochtertje. Ze ging dood.
Hij nam zijn dochtertje mee naar Eleanors kunstexpositie.
Een dood dochtertje is niet alles,
Het dochtertje was toen al overleden.
Dorpsbewoners, mijn dochtertje is twee weken geleden verdwenen.
Oh, dochtertje van me!
Sorry, maar het dochtertje van Johnny Clarg is ontvoerd.
Het is dus zeker Cully's dochtertje, niet het mijne.
was je dochtertje?
Sorry dat ik je huis binnenval. Ik wilde je dochtertje geen trauma bezorgen.
Hoe heet je dochtertje?
Ja, ik heb 'n hond en 'n dochtertje.
Ik hoop dat jij je vrouw en dochtertje zal vinden.
Jij hebt toch een dochtertje?
Je hebt mijn dochtertje gered!
Dat is je dochtertje.
Caroline beviel in juli 2013 van een dochtertje, Manon.