Voorbeelden van het gebruik van Failliet in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je maakt me failliet.
Ten eerste zijn we failliet… schulden rond de drieduizend miljoen pond.
Sinds 2009 gingen in de EU gemiddeld 200 000 ondernemingen per jaar failliet.
Als je maar niet laat doorschemeren dat we failliet zijn.
Haar vader stierf failliet.
Waarom zou iemand in de olie dit riskeren, zelfs al ging ie failliet?
Je bent weer failliet.
Binnen een minuut zijn we failliet.
We gaan failliet.
De bewoners zijn failliet.
Die man was bijna failliet.
Ik ben failliet, ik woon in ellende.
De bank is failliet.
Maar veel leden gaan failliet.
Ben ik failliet?
Je bedoelt dat ik failliet ben?
Ze zegt dat Owen bijna failliet is.
We zijn niet failliet.
Geweldig, we zijn nog niet helemaal failliet.
Ze zal failliet in twee weken.