FAILLIET - vertaling in Frans

faillite
faillissement
failliet
bankroet
faling
faillissementsprocedure
faillietverklaring
faillisement
omvallen
insolventie
ruiné
ruïneren
verpesten
verwoesten
̄neren
bederven
verpest
ruineren
failliet
kapotmaken
verknallen
fauché
maaien
stelen
insolvable
insolvent
onvermogend
failliet
insolvabel
bankrupt
failliet
banqueroute
faillissement
failliet
bankroet
bankbreuk
ruiner
ruïneren
verpesten
verwoesten
̄neren
bederven
verpest
ruineren
failliet
kapotmaken
verknallen
fauchés
maaien
stelen
ruinés
ruïneren
verpesten
verwoesten
̄neren
bederven
verpest
ruineren
failliet
kapotmaken
verknallen
ruinée
ruïneren
verpesten
verwoesten
̄neren
bederven
verpest
ruineren
failliet
kapotmaken
verknallen
faillites
faillissement
failliet
bankroet
faling
faillissementsprocedure
faillietverklaring
faillisement
omvallen
insolventie
fauchée
maaien
stelen

Voorbeelden van het gebruik van Failliet in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Je maakt me failliet.
T'es en train de me ruiner.
Ten eerste zijn we failliet… schulden rond de drieduizend miljoen pond.
Premièrement, nous sommes ruinés. Nous sommes endettés de 3000 millions.
Sinds 2009 gingen in de EU gemiddeld 200 000 ondernemingen per jaar failliet.
Depuis 2009, on enregistre 200 000 faillites par an dans l'UE.
Als je maar niet laat doorschemeren dat we failliet zijn.
Ils ne doivent pas savoir qu'on est fauchés.
Haar vader stierf failliet.
Son père est mort ruiné.
Waarom zou iemand in de olie dit riskeren, zelfs al ging ie failliet?
Pourquoi un type dans le pétrole irait risquer ça, même fauché?
Je bent weer failliet.
Tu es de nouveau ruinée.
Binnen een minuut zijn we failliet.
On va être ruiner dans une minute. Non, non.
We gaan failliet.
On est ruinés.
De bewoners zijn failliet.
Les vieux proprios sont fauchés.
Die man was bijna failliet.
Le type allait bientôt être ruiné.
Ik ben failliet, ik woon in ellende.
Je suis fauchée, je vis dans un endroit sordide.
De bank is failliet.
La banque est ruinée.
Maar veel leden gaan failliet.
Mais trop de joueurs ont fini ruinés.
Ben ik failliet?
Je suis fauchée?
Je bedoelt dat ik failliet ben?
Vous m'annoncez que je suis fauchée?
Ze zegt dat Owen bijna failliet is.
Elle dit qu'Owen est presque ruiné.
We zijn niet failliet.
Nous ne sommes pas fauchés.
Geweldig, we zijn nog niet helemaal failliet.
Parfait, parce qu'on n'est pas encore tout à fait ruiné.
Ze zal failliet in twee weken.
Ce sera la faillite dans deux semaines.
Uitslagen: 468, Tijd: 0.0731

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans