Voorbeelden van het gebruik van Failliet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben niet failliet.
Het kan me niet schelen hoe failliet.
ga ik failliet.
Je vader ging failliet in 1929.
Door de hoge kosten van de aanleg van de vaart ging de stad Dokkum failliet.
In 1986 gaat het bedrijf failliet.
Mensen gingen failliet.
Zei je dat ik failliet ben?
We gaan niet failliet.
En zijn we beiden binnen 2 weken failliet.
Van dat beetje benzine gaan we niet failliet.
Anders gaan we in geval van oorlog failliet.
Kort daarna ging het label failliet.
In 1990 verhuisde dit bedrijf naar Suhl, waar het in 1998 failliet ging.
ben je failliet.
We zijn officieel failliet.
Dan gaan we failliet.
Omdat iedereen weet dat ze over twee weken failliet zijn.
Door mij gaat de bank nog failliet.
Anders ga ik failliet.