Voorbeelden van het gebruik van Fatsoenlijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En zo fatsoenlijk mogelijk gaven we het aan de zee.
William is wel fatsoenlijk opgevoed.
Maar hij is fundamenteel fatsoenlijk.
Je kunt niet eens fatsoenlijk sterven.
We hebben de kapitein beloofd hem fatsoenlijk te begraven.
Ik wou gewoon fatsoenlijk slapen.
Wees fatsoenlijk op mijn werk.
Je wilt fatsoenlijk zijn.
Jenny was een vriendelijk en fatsoenlijk meisje.
Volgens de meeste mensen deed ik fatsoenlijk goed met mijn lezing.
Dat maakt het aangenamer voor jezelf. En u kunt zich fatsoenlijk voelen.
Doe het fatsoenlijk.
Ik zei bijna' fatsoenlijk.
Ze is te fatsoenlijk.
stabiel, fatsoenlijk.
Is 't niet fatsoenlijk genoeg?
Waar kun je hier fatsoenlijk eten?
Is ze fatsoenlijk?
Ook al lijkt deze straat me heel fatsoenlijk.
We worden heel fatsoenlijk betaald.