Voorbeelden van het gebruik van Lukken in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Met 'n man als hem zal dat wel lukken!
Maar het gaat je lukken.
ben dus benieuwd of het gaat lukken.
Ja. Het gaat niet lukken.
Dit plan moest lukken.
Jij bent geboren om rijk te worden en dat zal je lukken.
Dat zal niet lukken.
het allemaal wel gaat lukken.
En wat ik weet is dat dit gaat lukken.
zou het moeten lukken.
Ik ben ervan overtuigd dat ons dat zal lukken en zal moeten lukken.
Met jouw relaties moet dat lukken.
Maar het wil niet lukken.
zal dat niet lukken.
Ik bedoel dat het nog kan lukken. Wat?
Het zal zo niet lukken.
Volgens mij zal dat niet lukken.
Maar dan denk ik altijd: Het moet lukken.
Het gaat niet lukken.
De vraag is of het gaat lukken.