Voorbeelden van het gebruik van Meekomen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wil je met me meekomen?
Als jij je man wil zien moet je met mij meekomen.
Meekomen, meneer.
Meekomen, viezerik.
U moet meekomen en met haar bellen.
Worf, Data, meekomen.
Misschien moet je met me meekomen.
Mr Hicks, wilt u met ons meekomen?
Meekomen.
Meekomen, junkie.
kunt u beter niet meekomen.
Dutch, meekomen.
U moet met ons meekomen.
Wil je met me meekomen?
Meekomen, Iris.
Meekomen, er wordt geschoten,
En als je hem weer wil zien moet je met mij meekomen.
U moet met ons meekomen, Ms. Sciuto.
Wilt u met ons meekomen?
Mr Spock, meekomen.