Voorbeelden van het gebruik van Meekomen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je moet even met ons meekomen, Maniac.
dus als je wil meekomen.
U moet meekomen naar het bureau.
Mag de hond meekomen naar kantoor?
Je moet meekomen met mij.
Meekomen, junior.
Meneer, u moet met ons meekomen.
Ik had je niet moeten laten meekomen.
je ook moet meekomen.
Je moet meekomen om ernaar te kijken.
Je moet met mij meekomen.
Ik kan ook meekomen.
Kunnen jullie niet een paar dagen meekomen?
Meekomen, Rice.
U moet met ons meekomen.
Je moet met me meekomen.
dan moet je met ons meekomen.
Dr. Winter, wilt u met ons meekomen.
Steve Smith, je moet met ons meekomen.
Ik kan meekomen.