Voorbeelden van het gebruik van Openmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Openmaken, slaven.
Om het eerst de luiken openmaken!
Dus we zijn het eens… dat we hem openmaken.
Onder deze omstandigheden ga ik z'n borst niet openmaken.
Nu openmaken.
Niet openmaken.
Koelkast openmaken.
Kunnen we 'm openmaken?
Ik moet vast een pot augurken voor hem openmaken of zoiets.
Openmaken, directeur, of ik zal Hill mollen.
Moet ik hem gewoon openmaken?
Wil je wat cadeaus openmaken?
We gaan dat luik dus echt niet openmaken.
Ik zal wat anders openmaken.
Dat moment dat ze zo'n bloemendoos openmaken… dat heeft iets magisch.
We zaten drie uur vast, voor de brandweer kwam en de branddeuren konden openmaken.
Misschien leuk voor de foto's als we een fles openmaken.
Wat zien we als we 'm openmaken?
Voorzichtig openmaken.
Ja. Laten we de kluis openmaken.