Voorbeelden van het gebruik van Toneel in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Toneel, vervoegingen, woordjes, dictee, opstel.
En na het toneel gaan we een ijsje eten.
We doen toneel, rijden paard.
Let nu op toneel nummer 7. Een groot applaus voor Bella!
Toneel, recitatie, tekenen, schilderen.
Wat ik buiten het toneel doe is mijn zaak, oké?
Welk soort toneel?
Hij speelt geen toneel.
Ik ben hier om een stukje toneel te kijken.
Dit is geen toneel.
Dansers van After Dark toneel op.
Dus laat ik mijn zwaard vallen en verlaat ik het toneel.
Ik dacht dat jij het toneel op zou gaan.
de moordenaar zich onder ons bevindt, op dit toneel.
Neem me niet kwalijk. Twee dames willen achter het toneel komen.
Hij komt het toneel af.
Waarom krijg ik het gevoel dat je toneel gestudeerd hebt?
Francis, je speelt prima toneel.
Het is toneel.
Heb je Hugh verteld over je terugkeer op het toneel?