Voorbeelden van het gebruik van Wie heeft hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wie heeft hem dat gevraagd?
Wie heeft hem dat geleerd?
Wie heeft hem het laatst gesproken?
Wie heeft hem dit aangedaan?
Wie heeft hem dat beloofd?
En wie heeft hem neergeschoten?
Wie heeft hem dat gezegd?
Wie heeft hem vermoordde kon het hebben gestuurd om het te verdoezelen.
Wie heeft hem dat verteld?
Wie heeft hem dat aangedaan?
Wie heeft hem verteld dat ik hier was?
Wie heeft hem gezien?
Wie heeft hem?
Wie heeft hem dat gevraagd?
Wie heeft hem verteld dat Arthur Anna belde?
Gewoon uit morbide nieuwsgierigheid: wie heeft hem dit aangedaan?
Wie heeft hem nu?
En wie heeft hem de sleutels gegeven?
Wie heeft hem erover verteld?
Wie heeft hem gezien?
