Voorbeelden van het gebruik van Wie in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wie begint?
Wie was die gast?
Wie in godsnaam ben jij?
Weet je wie die twee misdienaars zijn?
Wie zal zeggen wat hij volgde?
Wie is dat daar?
Wie eenzaam is eet niet lekker.
Wie van jullie zijn er allemaal hier voor de gratis koekjes?
Wie gaat het eerste sterven?
Jullie weten echt niet wie hij is of wel?
Wie hij ook was, hij wist alles van me.
Wie daar binnen zit kan me misschien helpen met dit Avatargedoe.
Wie reed er toen Henry Lamb geraakt werd?
Wie wist dat je met de politie samenwerkte?
We weten niet wie hij is, smeerlap?
Wie zijn de partijen die het niet eens worden?
Wie is hij? Houdini?
Wie is dat dan?
Openbare aanklager's kantoor, met wie mag ik u doorverbinden?
Wie ben je, mijn moeders derde vriendje?