Voorbeelden van het gebruik van Wie heeft hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wie heeft hem afgezet?
Wie heeft hem verwond?
Wie heeft Hem daar in het tabernakel geplaatst?
Wie heeft Hem daar in het tabernakel geplaatst?
Maar wie heeft hem?
Wie heeft Hem daar in het tabernakel gezet?
Wie heeft hem aanbevolen?
Wie heeft Hem daar in het tabernakel gezet?
Wie heeft hem?
Wie heeft Hem daar in het tabernakel gezet?
Wie heeft hem terug binnengelaten?
Wie heeft hem gebeld?
Wie heeft hem dan?
Wie heeft hem geroepen?
Wie heeft Hem daar in het tabernakel gezet?
Wie heeft hem?
Wie heeft hem binnengelaten?
Wie heeft hem gearresteerd?
Wie heeft hem op dat idiote idee gebracht?
Wie heeft hem binnengelaten?