Voorbeelden van het gebruik van Wist het in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Iemand van de kerk wist het.
Ik wist het niet.
Jij wist het?
Iedereen in het vak wist het.
Je wist het toen je naar de kermis kwam.
Je wist het en je deed niets.
Ik wist het niet en het maakt me niet uit.
Je wist het van de anderen.
U wist het, zelfs al voor hij naar Pakistan ging.
Ik wist het al een tijdje.
U wist het, hè?
Ja, eigenlijk. Ik wist het al. Ik heb rondgevraagd.
Ik wist het niet.
Allemachtig, je wist het.
Je wist het niet, en ik moest niet alleen gegaan zijn.
Je liet me die film zien, en je wist het.
Je wist het niet?
Nee, u wist het niet.
Ik wist het dat ik me er niet mee moest bemoeien, ik had moeten wachten.
Dus je wist het.