Voorbeelden van het gebruik van Afgebrand in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mijn wenkbrauwen waren er helemaal afgebrand!
Het is afgebrand.
Elke boerderij in de buurt is afgebrand of vol met Walkers.
Drie doden bij een schietpartij, een casino afgebrand.
Het is afgebrand.
Ik heb veel boerderijen afgebrand.
Waardevolle manuscripten ook afgebrand.
Je huis is net afgebrand.
Het is vorig jaar afgebrand.
Nee, maar iemand heeft haar huis afgebrand.
Gelukkig zijn er slechts enkele hectaren afgebrand.
Door hem is m'n huis afgebrand.
het huis totaal is afgebrand.
Zijn huis is afgebrand.
Jullie weten dat het Kappa-huis is afgebrand.
En nu zegt z'n zoon dat ik z'n huis heb afgebrand?
Het is jaren geleden afgebrand.
De weerloze stad, werd uiteindelijk verwoest en afgebrand door de Grieken.
Oude schoolgebouw afgebrand.
Repelsteel heeft Rapunzel in een toren opgesloten en haar koninkrijk afgebrand.