Voorbeelden van het gebruik van Assisteren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik moet assisteren al is het maar orto,
Die mij zal assisteren tijdens de operatie.
Het assisteren van Berec bij het houden van openbare raadplegingen.
Kepner moest assisteren bij een karteldarmverwijdering.
Woodie, als je me toch gaat assisteren.
Laat je door ons nog verder assisteren!
Ja, en Cary gaat je assisteren.
Als ik terugkom, wil ik u assisteren.
Ik had je niet moeten laten assisteren.
Dus kan ik, kan ik jou assisteren?
Ik heb tegen de president gezegd dat we willen assisteren als dat helpt.
Ik heb de president gezegd dat ik wil assisteren als dat helpt.
Lopez, kun je nog een keer assisteren, alsjeblieft!
Hans zal jou assisteren.
Ik laat je morgen niet assisteren.
In ruil voor die gelegenheid wil ze jou assisteren.
Antaak zal u assisteren.
Wij kunnen alleen assisteren.
We komen jullie assisteren.
Hij zal mij assisteren.