Voorbeelden van het gebruik van Bel op in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Goed, papa, ik bel hem op.
Heeft u een vraag? Bel ons op.
Controleer de boeken en bel me op.
Ga terug naar je kantoor en bel hem op.
Als u hulp nodig hebt, bel dan op'.
Bel ze op en zeg dat ze moeten opschieten.
En als je binnen 24 uur nog steeds bezorgd bent; bel me op.
Nora, bel Peter op!
Oké, bel Hodgins op.
Chloe, bel 'm op.
Shelly, bel Frank op en verbind hem dan door.
Bel iedereen op, vooruit!
Bel maar op.
Darell, bel Kane op en vertel hem wat er gebeurd is.
Bel ze op.
Luister, bel Earl op.
buur is, bel op.
Bel mij op.
Bel op, zeg wat je moet zeggen,
Bel ons op volgende nummers.