Voorbeelden van het gebruik van Haatte hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze haatte hem.
Ik haatte hem, maar ik ben geen moordenaar.
Gabrielle Blair haatte hem intens.
En hij haatte hem ook nog.
Ik haatte hem en ik hield van haar.
Wie haatte hem genoeg om hem te doden?
Zij haatte hem.
Harris haatte hem.
Iemand anders haatte hem meer dan ik.
Ik haatte hem.
Men haatte hem echt.
Hij haatte hem.
Ledereen haatte hem en kende z'n zwakke plek.
Je haatte hem.
Iedereen haatte hem.
Je moeder haatte hem echt, nietwaar?
Ik haatte hem.
Iedereen haatte hem dus.
En Luciano haatte hem.
Ik hield van jou en ik haatte hem.