Voorbeelden van het gebruik van Haatte in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik was er dol op en haatte het, maar het was mijn grootste rijkdom.
Je haatte het idee veertien jaar geleden.
Carmela's schoonmoeder Livia haatte de noordelijke keuken.
Ja, over hoe erg ik je haatte.
Maar niet altijd, omdat je de troep van de leraren haatte.
Zuid-Vietnam haatte zowel de Fransen
Daarna haatte Amnon haar met een heel diepe haat.
Toch voelde ik me al die tijd volkomen onnatuurlijk en haatte het.
En ik heb mijn trouwe fans. Ik haatte mijn laatste film.
Hij haatte je.
Ik zei dat ik je haatte!
Je haat Ventura om dezelfde reden als je Federica's echtgenoot haatte.
Ik haatte het ook.
Zuid-Vietnam haatte zowel de Fransen als de Japanners.
Mijn… mijn ex-vrouw, haatte Cabernet.
Sharon, ik haatte het kinneuken!
Romeinen 9:13 zegt dat God van Jakob hield terwijl Hij Esau haatte.
Die rechter was een bevooroordeelde, oude man. lk haatte hem.
Je zei dat je je leven haatte.
Oh, want ik haatte het.