Voorbeelden van het gebruik van Het expres in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
nou dan doet hij het expres, hij wil vechten,
soms doet het kind het expres om eraan te wennen en meer controle over zijn spieren te krijgen.
de ondernemer van kwade wil was en het expres heeft gedaan, of de bonnetjes niet meer kan vinden.
kon Amtrak niet voldoende inkomsten van het expres goederen vervoer toevoegen of voldoende bezuinigen in andere uitgaven om zelfs break-even te bereiken.
Die gast doet 't expres!
Ik weet dat je 't expres deed.
Hij deed 't expres.
Mama, hij doet 't expres.
Ze doen 't expres.
Zij deden 't expres.
Je doet 't expres.
Hij doet 't expres.
Je deed het expres.
Je deed het expres.
Je doet het expres.
Ze deed het expres.
Hij deed het expres.
Ze deed het expres.
Hij deed het expres.
Je deed het expres.