Voorbeelden van het gebruik van Hij heet in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nee, hij heet Leif.
Hij heet Pitts.
Hij heet niet toevallig Christian Martin?
Kan me niet schelen hoe hij heet, PC Vickers.
Hij heet Boudreaux.
En zorg ervoor dat hij heet is.
Hij heet Patrick.
Hij heet Carter.
Hij heet alleen Larchet.
Ik weet hoe hij heet.
Hij heet West.
Maar hij is een Han-Chinees. Hij heet Wang Lei.
Hij heet Carl Cook.
Hij heet Bellingham en hij verzamelt antiek.
De zanger wil nog niet vertellen hoe hij heet.
Raymond of hoe hij heet.
Hij heet Colson.
Hij heet Henri-Michel en ik heb hem ontmoet bij de Place des Vosges.
Hij heet Eric Edwards.