Voorbeelden van het gebruik van Hij is groot in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik koos Darwyn voor V.I.P. dag omdat hij vriendelijk is, hij is groot.
Hij is groot, maar lelijk.
Hij is groot.
De man waar ik van hou hij is groot en sterk.
Hij is groot.
Jimmy is tien en hij is groot en sterk.
Hij is groot en sterk.
Hij is groot, maar hij laat zich besturen als een veel kleinere auto.
Hij is groot, heel groot. .
Hij is groot.
Hij is groot.
Hij is groot.
Hij is groot.
En Hij is groot. Toch?
Hij is groot.
Hij is groot.
Hij is groot, sterk en jaloers dus je kunt maar beter oppassen.
Maar wees gewaarschuwd hij is groot!(180 pond)….
Hij is groot en sterk genoeg daarvoor.
Hij is groot en klein.