Voorbeelden van het gebruik van Jij bent anders in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jij bent anders dan ik.
Jij bent anders.
Jij bent anders.
Takumi, jij bent anders.
Jij bent anders, Abdulhey.
Jij bent Anders Larsen.
En jij bent anders omdat.
Jij bent anders, Vick.
Jij bent anders Dexter, nietwaar?
Maar jij bent anders.
Jij bent anders.
Jij bent anders.
Jij bent anders, Tommy.
Jullie, jij bent anders.
Jij bent anders, Kara.
En jij bent anders,?
Jij bent anders, ik bedoel, ik heb nog nooit iemand
Jij bent anders.
Maar jij bent anders, niet dan?
Maar jij bent anders, Sire.