Voorbeelden van het gebruik van Jij speelt in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jij speelt goed.
Ik trek me nog beter af dan jij speelt.
Jij speelt' Verstop de Worst' met Kate.
Ik hou van wat jij speelt, Antoine.
Jij speelt te veel video-games.
Dus jij speelt voetbal, niet?
We vinden een klein hoekje, jij speelt en dat is het.
Ik hou van hoe jij speelt Maxi.
En jij speelt veel te veel met je haar.
Ik kan niets zo goed zoals jij speelt.
Nee, ik ga hier zitten en naar je kijken hoe jij pool speelt.
Ik heb gehoord dat jij speelt.
In plaats daarvan, moet ik zien hoe jij politieman speelt.
Je speelt met je eten. En jij speelt nooit met je eten.
Aangezien coach Jones de chef Sport is, zeg ik dat jij niet speelt.
Goed. Jij speelt met die ouwe.
hoe meer jij speelt, hoe meer wij betalen!
Jij speelt de rol van het onschuldige slachtoffer.
Wat jij speelt volgens mij is dat een Duits liedje.
Jij speelt altijd drinkspelletjes.