Voorbeelden van het gebruik van John in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jij haat John omdat hij zich terug trok van alles waar jij in gelooft.
Voordat John Dudek een caddie werd was hij een prof golfer.
John kan estoo Soloo niet doen.
Loop waar John Deere liep,
Koning John regeerde tussen 1199 en 1216.
John, je moet wakker worden.
Dit is John May zijn woning.
John, ik wil je mening over iets vragen!
En John Carpenter bijvoorbeeld.
John Butterworth is natuurkundige aan de universiteit van Londen.
Probeer John niet te storen.
Gray, John- mars
Een soort John Wayne van de politiek.
John heeft nu onze hulp nodig.
John, Dav, hij komt richting de trap.
John, breng de stok.
Pas als John het zegt.
Totdat John een dag vrij moet nemen.
Een district van drie rechters heeft John Forster net uitstel van executie gegeven?
En John Forster werd veroordeeld.