Voorbeelden van het gebruik van Kil in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het is absoluut niet kil, analytisch of gevoelloos.
Grote pub, kil en donker en serveert glazen Sangria voor €3,95.
Dat is te kil.
Ze waren erg… hardnekkig en merkwaardig kil.
Hier, dingen zien er minder kil uit na een kopje thee.
Godallemachtig. Zoals u het zegt, maakt mij zo kil klinken.
Het is kil vandaag.
Het woord Kill is afgeleid van het Nederlandse woord kil.
lichte en kil.
Het is een beetje kil hier.
Dit is een kil koninkrijk.
Ja, ik ben een beetje kil, waarom?
Ik vind het hele idee erg… kil.
Arctisch, ijskoud, kil.
Als we binnen zijn wil ik dat je je kil gedraagt.
Dat is triest en kil.
Deze job kan soms kil zijn.
Waarom bent u toch zo kil, oom?
Ik ben niet kil.
Financiële geletterdheid maakt je ouderdom meer kil.