Voorbeelden van het gebruik van Rookte in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik rookte vaak hasj in mijn kamer.
Stille jongen, ijverig, rookte pijp.
De laatste die rookte.
Dus je oordeel was erger voor je die wiet rookte?
Ik wed dat je vroeger constant sigaren rookte.
en gedaan alsof ik rookte.
Bij Kingsley rookte u een pijp.
Je rookte bij ons?
Ik weet dat jij rookte toen je 13 was. Ik heb je gezien.
Ik dacht dat jij hier ook rookte.
Ik bedoel dat je eerst niet rookte.
Ik wist dat jij er ook rookte.
Ik rookte mijn eerste sigaret op de pier.
Rookte je voor ontspanning?
Rookte minder en consumeerde minder alcohol.
Ik rookte een pijp toen in opstond.
Waar rookte je meestal?
Iedereen rookte toen.
Ik rookte een sigaretje met ze en we kletsten wat.
Iedereen rookte in die tijd.".