Voorbeelden van het gebruik van Spreuk in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Is het iets met Sally's spreuk?
We doen geen spreuk, Freya.
Is het mijn tantes spreuk?
Ik heb mijn ziel gered en met deze spreuk heb ik die van jouw vernietigd.
De zandzakken spreuk?
Het is geen magische spreuk die je kan breken met de kracht van liefde.
Er moet een spreuk bestaan of we een Shard-ectomie die we kunnen uitvoeren.
Welke spreuk zit erop?
Hef je spreuk op m'n vriendin dan op.
Zodra die spreuk is opgeheven, gaat die staak door je hart heen.
Ken je een spreuk die hem zou kunnen helpen?
Een spreuk is een korte uitspraak die op lange ervaring berust.".
Het is de spreuk op m'n huis, al meer dan 450 jaar.
Stond er geen spreuk voor zelfvertrouwen in 't Boek?
Welke spreuk is zo moeilijk dat wij hem samen moeten doen?
Alleen ik ken de spreuk om de geest te roepen.
Er zat 'n Nobu spreuk op de halsketting die Rose droeg.
Een soort spreuk met het kristal.
Prue gebruikte geen spreuk. Ze overwon haar angsten.
Ik ken een spreuk of twee, Crowley.