Voorbeelden van het gebruik van Stoer in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nou ben je niet meer zo stoer, hè?
Je bent echt heel stoer.
Ik ben stoer.
Je bent zo stoer, leer het me.
Als jij denkt dat hij stoer is, wil je niet met mij te maken hebben.
Stoer en stijlvol voor elke woonkamer,
Want hij was te stoer voor school.
Sterk en stoer.
Nou ben je niet meer zo stoer, hè?
Klinkt stoer.
Je bent niet zo stoer.
Niet zo stoer als het echt bloed is, nietwaar metaljongen?
Je bent wel stoer, maar je kunt niet dansen gelijk Smooth Cruz.
Sterk, stoer én modern.
Je was vrij stoer.
Nee, ik ben stoer.
We hadden echt een heerlijk verblijf in Stoer Villa.
Je doet wel zo stoer, alsof je niks om je zoon geeft.
Niet zo stoer als ik, maar best stoer.
Ze zijn niet zo stoer als ze er uitzien.