Voorbeelden van het gebruik van Wapen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
hij heeft een wapen.
Paige heeft een wapen.
Controleer je wapen.
De andere twee met de neppe wapen zijn werkloze stuntmannen.
Jongen, het lijkt me verstandig als je je wapen overhandigt.
Ja, nou, we hebben geen wapen, geen plaats van de moord.
Ze besprong me. Ik trok mijn wapen en ze zakte zomaar in elkaar.
Je bent niet de enige met een wapen.
Kies jullie wapen.
Ik heb je ook nog nooit zonder wapen gezien.
Als hij een van m'n mensen doodt met jouw wapen, hang jij.
Met haar wapen.
Paspoort van de vergunninghouder van het wapen.
Ons compromis… laadt een kogel in elk terroristisch wapen.
Al die moeite terwijl z'n wapen niet eens geladen is.
Oh ja, we hebben je wapen.
Deze klant wilde geen wapen of munitie.
Ik heb nog een wapen van je.
Vier keer klikt het wapen.
Lege hand, geen wapen.