MANDÓ - vertaling in Nederlands

stuurde
enviar
mandar
dirigir
envío
guiar
liet
dejar
hacer
permitir
no
mostrar
vamos
echemos
zond
enviar
transmitir
envío
mandar
emitir
gebood
beval
ordenó
recomendó
mandó
pidió
heeft
tener
haber
contar
disponen
poseen
opdroeg
encargar
dedicar
ordenar
encomendar
ofrecer
decir
indicar
instruir
mandan
instrucciones
stuurden
enviaron
mandaron
stuurt
enviar
mandar
dirigir
envío
guiar
gestuurd
enviar
mandar
dirigir
envío
guiar
laat
dejar
hacer
permitir
no
mostrar
vamos
echemos
had
tener
haber
contar
disponen
poseen

Voorbeelden van het gebruik van Mandó in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Ella le mandó fotos desnuda pero….
En ze heeft foto's gemaakt naakt….
¡Kiowa!¡Un amigo nos mandó con un mensaje!
Kiowa, een vriend stuurt ons met een boodschap!
Dollhouse mandó a ese tipo.
Het Dollhouse had die vent gevonden.
Mis órdenes son irme y nadie mandó un reemplazo por mí.
En er is geen vervanger gestuurd.
O alguien más estaba contando, le dio el dinero… y la mandó a jugar.
Of iemand anders telt en laat haar dan spelen.
¿Por qué razón es que Merlín los mandó al sur del muro?
Waarom stuurt Merlijn je naar ons gebied?
Boris Johnson mandó a cerrar el parlamento por cinco semanas.
Boris Johnson had op dat punt besloten het parlement vijf weken te schorsen.
Entonces,¿fuiste tú quien me mandó la pizza?
Heb jij mij de pizza gestuurd?
Lane te mandó para darme un mensaje,¿no?
Lane stuurt jou om een boodschap af te geven, nietwaar?
Porque por todo IsraelIsrael mandó el reyrey hacer el holocausto y la expiación.
Want de koningkoning had dat brandoffer en dat zondoffer voor gans Israel bevolen.
¿Sabe por qué el Ministerio del Interior me mandó aquí?
U weet toch waarom ik gestuurd ben?
¿De qué hablas? Él mandó cientos unidades de sus memorias.
Hij heeft honderden stuks gestuurd van zijn memoires.
Le mandó esta tarjeta a él en su cumpleaños,?
Hebt u hem die kaart gestuurd op zijn verjaardag?
Tomó una torunda nasal y la mandó al laboratorio.
Ze nam een neus uitstrijkje en zond het naar het lab.
Fue aún más lejos, él mandó a los hijos de soportar el castigo de.
Ging zelfs nog verder, beval hij de zonen om de straf van dragen.
Y El mandó a la multitud que se recostara en el suelo;
En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.
Entonces Ezequías mandó que se ofreciera el holocausto sobre el altar.
En Hizkia beval dat men het brandoffer op het altaar moest offeren.
Ellos trataron de dar la batalla cuando Dios les mandó a que huyeran.
Ze probeerden om oorlog te voeren terwijl God hen gebood om te vluchten.
Me mandó una postal.
Ze stuurde me een kaart.
Y mandó que lo guardaran en el Pretorio[w] de Herodes.
En hij beval, dat hij in het rechthuis van Heródes zou bewaard worden.
Uitslagen: 1385, Tijd: 0.207

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands