PERDÍ - vertaling in Nederlands

ik verloor
perder
pérdidas
miste
perder
faltar
extrañar
echar de menos
prescindir
fallar
pasar
extraño
carecen
misas
kwijt
perdido
deshacer
kwijtgeraakt
perder
deshacer
pérdida
ben kwijtgeraakt
han perdido
perdimos
hemos olvidado
raakte
golpear
tocar
llegar
alcanzar
chocar
quedar
entrar
dar
herir
tacto
gemist
perder
faltar
extrañar
echar de menos
prescindir
fallar
pasar
extraño
carecen
misas
mis
perder
faltar
extrañar
echar de menos
prescindir
fallar
pasar
extraño
carecen
misas
kwijtraakte
perder
deshacer
pérdida
was verdwaald
ik verloren
perder
pérdidas
ik verlies
perder
pérdidas

Voorbeelden van het gebruik van Perdí in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
No quería ser deprimente pero ayer perdí a un amigo cercano.
Ik wil niet overdrijven, maar ik ben gisteren een goede vriend kwijtgeraakt.
No me perdí.
Ik was niet verdwaald.
Perdí a mi hijo. Mi trabajo, mis amigos.
Omdat ik m'n zoon kwijtraakte, m'n baan, m'n vrienden.
Me perdí de ir al club Riviera, así que pagarás tú.
Ik mis tee- tijd bij Riviera.
Uh, me perdí de nuevo.
Ik ben weer verdwaald.
Yo perdí mi fe.
En ik raakte m'n geloof kwijt.
Estoy para aquí por él. Perdí mi trabajo por él.
Ik sta hier, omdat ik door hem m'n baan ben kwijtgeraakt.
Porque la última vez no fui honesto contigo y casi te perdí.
De laatste keer dat ik niet eerlijk tegen je was, ben ik je bijna kwijtgeraakt.
Perdón, me perdí, llego tarde.".
Sorry, ik was verdwaald. Ik ben te laat.".
No es que perdí todo el día.
Niet dat ik verloren een hele dag.
Cuando perdí mi licencia, me ofreció un trabajo.
Toen ik m'n vergunning kwijtraakte, bood hij me een baan aan.
Me perdí al adorable George Banks con el que estaba casada.
Ik mis de allerliefste George Banks van vroeger.
Lo perdí la primera noche.
Ik raakte het de eerste nacht kwijt.
Ya me perdí.
Tu eras parte de eso… y yo te perdí.
Jij maakte er onderdeel van uit… en ik ben je kwijtgeraakt.
Estoy en el parque Heights, pero lo perdí pasando el parque.
Ik ben bij Park Heights maar ben'm net kwijtgeraakt.
¡Dios mío! Perdí la noción del tiempo.
Allemachtig, ik verlies de tijd uit het oog.
Me perdí, mayor. Me lastimé.
Ik was verdwaald en raakte gewond.
Cuando te perdí, le di una mirada crítica a mi vida.
Toen ik jou kwijtraakte, ben ik bij mezelf te rade gegaan.
Perdí la noción del tiempo, como tú.
Ik verloren tijd, net als jij.
Uitslagen: 4842, Tijd: 0.0865

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands