QUE CUIDAR - vertaling in Nederlands

zorg
cuidado
atención
preocupación
proporcionar
asistencia
garantizar
esmero
para cuidar
inquietud
asegure
om voor te zorgen
de cuidar
a mi cargo
encargarme
het verzorgen
cuidar
atender
proporcionar
teniendo cuidado
ocuparse
ofrecer
encargándose
la provisión
verzorging
cuidado
atención
tratamiento
aplanadoras
asistencia
aseo
para cuidar
passen
caber
cuidar
ajuste
pasos
encajan
se ajustan
se adaptan
aplicarán
pases
coincida
zorgen
cuidado
atención
preocupación
proporcionar
asistencia
garantizar
esmero
para cuidar
inquietud
asegure
waken
vigilia
cuida
velad
vigila
protejo
por favor cuida

Voorbeelden van het gebruik van Que cuidar in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Pero tenemos un reino que cuidar.
We moeten voor een koninkrijk zorgen.
Ella quería que decirle que cuidar de ella.
Ze wilde je dat je haar zei dat je om haar gaf.
Tengo hijos que cuidar.¿Sí?
Ik moet voor m'n kinderen zorgen.
Tengo algo que cuidar.
Ik moet nog iets regelen.
Tengo una aldea que cuidar.
Ik moet voor een dorp zorgen.
¿No tienes un niño que cuidar?
Moet jij niet voor je baby zorgen?
Las mujeres han aprendido que cuidarse a sí mismo no es egoísta.
Vrouwen hebben geleerd dat voor jezelf zorgen niet egoïstisch is.
Sr. Suwat me pidió que cuidar de ti.
Mr. Suwat vroeg me om voor jou te zorgen.
Nos dijo que cuidar de él.
Hij zei om voor hem te zorgen.
Tengo un paciente con hernia que cuidar.
Ik heb een hernia patiënt te verzorgen.
Biruté y Daphne hacen algo más que cuidar a los animales rescatados.
Birute en Daphne doen beiden veel meer dan geredde dieren opvoeden.
Shyam abastece de leche al templo Bishnoi, que tiene sus propios huérfanos que cuidar.
Shyam brengt melk naar de Bishnoitempel… waar ook wezen worden verzorgd.
Tengo cosas que debo que cuidar.
Ik moet iets regelen.
Él me ha dado tanta gente que cuidar.
Hij heeft me zoveel mensen gegeven om voor te zorgen.
Leo se encuentra solo con un bebé que cuidar.
Leo blijft alleen achter met een baby om te verzorgen.
Creía que tenías niños- que cuidar.
Ik dacht dat jij kinderen had om voor te zorgen.
Hoy tenemos cosas más importantes que hacer que cuidar el estómago.
Nu hebben wij wel iets belangrijkers te doen dan onze maag te verzorgen.
Todo el mundo tiene una familia que cuidar.
Iedereen heeft een gezin om te onderhouden.
Sin tumba para antepasado que cuidar.
Geen graf van voorouder om te verzorgen.
Pero con un marido y tantos chicos que cuidar.
Maar met 'n man en zo veel kinderen te verzorgen.
Uitslagen: 202, Tijd: 0.0822

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands