Voorbeelden van het gebruik van Afzien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nu gaat ze pas echt afzien.
Ik moet maar eens 'n tijdje van seks afzien.
Kom je wil de stier niet zien afzien.
Nee. Ik kom vertellen dat we van een juryproces afzien.
Je laat geen dier afzien.
Ik zal abdiceren… ik zal afzien.
Nog niet. Ik ga je langzaam laten afzien.
Mijnheer de Voorzitter, van deze stemverklaring kan ik echt niet afzien.
Misschien is het net zo afzien bij Aaron en Barbara.
Want hij zal afzien.
Laat hem afzien.
Laat hem een beetje afzien.
Je zal afzien.
Tien uur afzien, erger dan 'n beest, zo dik was hij.
Deel F Afzien van dwanginvordering.
Regel 74 Afzien van dwanginvordering.
Van de reis afzien(vergoeding);
Afzien van tests bij adequate motivering;
Het afzien van een normale beloning voor de aangewende openbare middelen.
Waartoe zou het afzien van dit beginsel ons leiden?