Voorbeelden van het gebruik van Baasje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je baasje kan deze stad niets meer maken.
Je baasje zal blij zijn.
Heerlijk. Maar wil je baasje me wel hebben?
Het bereik is hier slecht, baasje.
In haar tienerjaren was ze haar eigen kleine baasje.
En hij moet 'n baasje hebben.
Eekhoorn. Mijn baasje is heel slim.
Haar baasje is overleden.
Uw baasje vindt het pas over een paar weken.
Volgens mij is het andersom, baasje.
Dorstig, baasje?
Het is echt waar, je bent mijn baasje.
Volg je nieuwe baasje.
Behandelt je baasje goed?
Honden rennen wel vaker bij hun nieuwe baasje weg.
Mijn baasje geeft geen restjes aan gewone zwervers.
Baasje, het is goed.
Mijn baasje heeft deze halsband voor mij gemaakt.
Zware nacht, baasje?
Ik moet bekennen dat mijn baasje me een beetje kattenkruid heeft gegeven.