BEZEERT - vertaling in Duits

verletzt
pijn doen
kwetsen
schenden
verwonden
kwaad doen
aandoen
overtreden
bezeren
inbreuk
raken
weh
pijn
zeer
kwaad
pijnlijk
wehgetan
pijn
gewond
pijn gedaan
gekwetst
bezeerd
aangedaan
verwond
kwaad gedaan
zeer gedaan
weh tust
pijn doen
kwaad doen
te kwetsen
kwetsen
pijnlijk
zeer doen
bezeren
pijnigen

Voorbeelden van het gebruik van Bezeert in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Je bezeert je reet hier.
Du zerkratzt dir den Arsch, wenn du hier vögelst.
Zorgen dat u zich niet bezeert.
Sie sollen sich nicht wehtun.
valt en je hoofd bezeert.
du stürzt und dir den Kopf aufschlägst.
Als je je heel erg bezeert.
Wenn du dir sehr wehtust.
We gaan naar huis voor Stewie zich bezeert, zoals Fozzie Bear toen hij naar Saoedi-Arabië ging.
Fahren wir nach Hause, bevor sich Stewie verletzt wie Fozzie Bär in Saudi Arabien.
Als er bij het kajakken iets misgaat en je die gouden schouder bezeert, is het voorbij.
Wenn Sie morgen Kajak fahren und Ihre goldene Schulter verletzen, wird die Strähne vorbei sein.
geruststelling aan een 90-jarige dame die is gevallen en haar heup bezeert, en ondanks alle pijn draait ze zich om
Eine 90-jährige Frau, die umgefallen ist und sich die Hüfte verletzt hat, bekommt Schmerzlinderung
Je gaat tegen het protocol in… dus als jij een operatie in gevaar brengt, of iemand bezeert… plaats ik je over naar Barrow in Alaska,
Wenn Sie eine Mission gefährden oder jemand verletzt wird, versetze ich Sie nach Barrow in Alaska,
Voorzichtig. Zo bezeer je je nog.
So verletzt ihr euch. Vorsicht.
Heb je je bezeerd, m'n liefste?
Hast du dir wehgetan, Schatz?
Ik heb m'n rug bezeerd en ik ben alleen.
Ich hab mir den Rücken verletzt und bin allein.
Heb je je bezeerd, Hans?
Hast du dir wehgetan, Hans?
Het zou heel erg zijn als jij je hand zou bezeren!
Wenn du dich an der Hand verletzt, dann war's das!
Lemand had zich kunnen bezeren.
Du hättest jemanden verletzen können.
Heb je je bezeerd, m'n liefste?
Hast du dir wehgetan, Liebling?
Je wilt jezelf niet bezeren.
Du willst dir doch nicht wehtun.
Ik wilde niet dat ze zich zou bezeren.
Ich will nur nicht, dass sie verletzt wird.
Ik had me echt vervelend kunnen bezeren, toch?
Ich hätte mich verletzen können, oder?
Heb je jezelf bezeerd, John?
Hast du dir wehgetan, John?
Je had jezelf kunnen bezeren.
Du hättest dir wehtun können.
Uitslagen: 45, Tijd: 0.0446

Bezeert in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits