BEZORGEN - vertaling in Duits

besorgen
halen
regelen
geven
krijgen
bezorgen
kopen
zoeken
vinden
nemen
gaan
liefern
leveren
geven
bieden
verstrekken
bezorgen
verschaffen
voorzien
brengen
verzenden
levering
bringen
brengen
laten
krijgen
halen
geven
zetten
maken
nemen
gaan
opleveren
machen
doen
maken
gaan
nemen
geven
zetten
zijn
waardoor
geben
geven
zijn
er
hebben
krijgen
bestaan
bieden
voer
typt
bereiten
maken
bereid
geven
bezorgen
veroorzaken
voor te bereiden
voorbereiden
voorbereiding
baren
klaar
verschaffen
geven
winnen
krijgen
bezorgen
rekken
bieden
regelen
brengen
maken
helpen
überbringen
brengen
overbrengen
geven
bezorgen
doorgeven
afleveren
vertellen
boodschap
bekommen
krijgen
hebben
ontvangen
komen
kunnen
geven
zustellen
bezorgen
leveren
brengen

Voorbeelden van het gebruik van Bezorgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ik moet je wat tijd bezorgen.
Ich werde Ihnen etwas Zeit verschaffen.
Ik moet deze dikzak broeken aan je dikke zoon bezorgen.
Ich muss diese fette Hose deinem fetten Sohn liefern.
Ik wilde u geen problemen bezorgen.
Ich wollte Ihnen keine Probleme bereiten.
Ze betalen extra en bezorgen nooit last.
Sie zahlen besonders gut und machen nie irgendwelchen Scheiß-Ärger.
En ik wil je geen problemen bezorgen.
Und ich will dich nicht in Schwierigkeiten bringen.
Ik moet Dragon een nieuwe advocaat bezorgen.
Ich muss Dragon einen neuen Anwalt besorgen.
We bezorgen jullie zoveel tijd als we kunnen.
Wir geben euch so viel Zeit wie möglich.
We bezorgen je berichten.
Wir überbringen Ihre Nachrichten.
Ze zei dat ze ons een uitnodiging voor 't kamp kon bezorgen… en dat deed ze.
Sie sagte, sie könnte eine Einladung auf das Anwesen bekommen, hat sie.
Harry, je moet mij wat tijd bezorgen.
Harry, du musst mir etwas Zeit verschaffen.
Vooruit, we moeten pizza bezorgen.
Los! Wir müssen die Pizza liefern.
Mijnheer en mevrouw Teacup bezorgen iedereen hoofdpijn.
Mr. und Mrs. Teacup bereiten allen Kopfschmerzen.
Ik wilde je geen problemen bezorgen.
Ich wollte Ihnen keine Probleme machen.
Ik wil niemand problemen bezorgen.
Ich wollte niemanden in Schwierigkeiten bringen.
Jij zou mij Doyle bezorgen.
Du solltest mir Doyle besorgen.
Dat ik hem moet bezorgen. Dus hij gaf hem aan mijn vader en die zei.
Er gab ihn meinem Vater, und der sagte, ich müsse ihn zustellen.
Ze bezorgen me de rillingen.
Sie geben mir die Gänsehaut.
Je kunt je eigen brieven zelf bezorgen.
Sie könnten die Nachrichten doch selber überbringen.
Ik dacht dagenlang na hoe ik hem wapens kon bezorgen.
Ich verbrachte die nächsten paar Tage damit, herauszufinden, wie ich Waffen bekommen kann.
Ik kan jou wel een baantje bezorgen.
Ich könnte dir jedoch einen Job verschaffen.
Uitslagen: 1133, Tijd: 0.0577

Bezorgen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits