Voorbeelden van het gebruik van Bezorgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet je wat tijd bezorgen.
Ik moet deze dikzak broeken aan je dikke zoon bezorgen.
Ik wilde u geen problemen bezorgen.
Ze betalen extra en bezorgen nooit last.
En ik wil je geen problemen bezorgen.
Ik moet Dragon een nieuwe advocaat bezorgen.
We bezorgen jullie zoveel tijd als we kunnen.
We bezorgen je berichten.
Ze zei dat ze ons een uitnodiging voor 't kamp kon bezorgen… en dat deed ze.
Harry, je moet mij wat tijd bezorgen.
Vooruit, we moeten pizza bezorgen.
Mijnheer en mevrouw Teacup bezorgen iedereen hoofdpijn.
Ik wilde je geen problemen bezorgen.
Ik wil niemand problemen bezorgen.
Jij zou mij Doyle bezorgen.
Dat ik hem moet bezorgen. Dus hij gaf hem aan mijn vader en die zei.
Ze bezorgen me de rillingen.
Je kunt je eigen brieven zelf bezorgen.
Ik dacht dagenlang na hoe ik hem wapens kon bezorgen.
Ik kan jou wel een baantje bezorgen.