BESORGEN - vertaling in Nederlands

halen
holen
schaffen
bringen
besorgen
nehmen
erreichen
kriegen
rausholen
erwischen
ziehen
regelen
regeln
arrangieren
besorgen
erledigen
organisieren
kümmern
machen
klären
steuern
regulieren
geven
geben
schenken
bieten
verleihen
zeigen
liefern
machen
bringen
lassen
haben
krijgen
bekommen
erhalten
kriegen
haben
werden
bringen
geben
gewinnen
holen
können
bezorgen
besorgen
liefern
bringen
machen
geben
bereiten
verschaffen
überbringen
bekommen
zustellen
kopen
kaufen
erwerben
besorgen
schenken
den kauf
zoeken
suchen
finden
die suche
brauchen
wollen
durchsuchen
besorgen
herausfinden
jagen
vinden
finden
halten
suchen
denken
mögen
haben
herausfinden
meinen
lieben
feststellen
nemen
nehmen
treffen
ergreifen
übernehmen
machen
gehen
bringen
haben
holen
werden
gaan
gehen
werden
fahren
wollen
machen
kommen
laufen
fliegen
jetzt
verschwinden
wel

Voorbeelden van het gebruik van Besorgen in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Sollen wir dir Glaspantoffeln besorgen, damit du mitkommen kannst?
Zullen we glazen muiltjes voor je zoeken, zodat je mee kunt?
Vielleicht kann ich die besorgen.
Misschien kan ik die krijgen.
Ich kann euch Geld besorgen.
Ik kan je geld bezorgen.
Ich kann Ihnen mehr besorgen.
Ik kan je veel meer geven.
euer eigenes Parfüm besorgen.
een eigen parfum regelen.
Ja, wir mussten Eis besorgen.
Ja, we moesten ijs halen.
Wir besorgen mehr Dynamit, ansonsten ist sie für nichts gestorben.
We nemen meer dynamiet, anders is ze voor niets gestorven.
Wir besorgen dir ein Mädchen.
We vinden jou een meisje.
Erwachsene besorgen Kindern kein Bier.
Volwassenen kopen geen bier voor kinderen.
Wieso besorgen wir uns nicht mehr Platz?
Waarom zoeken we niet meer ruimte?
Ich kann noch mehr besorgen.
Ik kan er nog veel meer krijgen.
Ich könnte dir Geld besorgen.
Ik kan je wat geld bezorgen.
Er könnte dir eine Galerie besorgen.
Hij kan je 'n galerie geven.
Ich kann Ihnen die 250 000 besorgen.
Die 250. 000 kan ik regelen.
Und Sie werden es mir besorgen.
En u gaat het voor me halen.
Wir besorgen was zu essen.
We gaan wat te eten halen.
Dann besorgen wir einen Bus und touren durchs Land.
Dan nemen we een busje en touren door het land.
Aber wir besorgen dir eins.
Maar we vinden jou een meisje.
Komm, wir besorgen dir ein Kinder-Schmerzmittel.
Kom, we kopen wat kinderaspirine voor je.
Dann besorgen wir dir eine Gouvernante.
Dan zoeken we een gouvernante voor je.
Uitslagen: 2915, Tijd: 0.0698

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands