Voorbeelden van het gebruik van De sluis in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze zit klem in de sluis.
Sarja, de luchtdruk in de sluis is aangepast.
Ik zit in de sluis.
samen met de sluis.
Sla het ijs van het molenrad en van de sluis.
We moesten in de sluis van ons schip wonen.
Er zit iets in de sluis.
Hou de sluis zo lang mogelijk open
Dan gaan we naar de sluis en daar nemen we de onderzeeër naar boven.
De sluis is recent gerestaureerd.
Bij de sluis werd in 1902 een sluiswachterswoning gebouwd.
De sluis is vandaag de dag gewaardeerd als rijksmonument.
De sluis kan dan niet meer veilig met de puntdeuren worden afgesloten.
De sluis is anno 2015 niet voor het scheepverkeer open.
De sluis kreeg in 1966 de status van rijksmonument.
De sluis is in 1921 gebouwd.
De sluis dateert uit 1938.
De sluis is aan beide zijden luchtdicht afsluitbaar.
Over de sluis ligt een beweegbare brug.