Voorbeelden van het gebruik van De troon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zet de huidige koning af en neem de troon terug.
Ik zit al de hele morgen op de troon.
Wil je hem nog steeds van de troon stoten?
Hier zit ik als erfgenaam van de troon van Oostenrijk.
dus hij staat dichtbij de troon.
Het beest valt alleen vijanden van de troon aan.
Halt, in de naam van de troon.
En erfgenaam van de troon van mercia.
Prins Ōama besteeg de troon als keizer Tenmu.
En erven de troon der heerlijkheid;
Ik wilde me de troon toe-eigenen?
De troon voorland werd in twee strijd beslist.
De troon is vacant.
De Troon van Asgard?
Zeiden ze hoe ze de troon willen bevuilen?
Stoel, de troon van God.
Hij moest de troon ervoor opgeven.
Hij zal de troon erven.
De troon is voor echte krijgers.